"We gaan een spelletje doen", zegt Mormeltje. "Knikkeren met kattenbrokjes."
Dat vindt Dondertje leuk. "Als ik win, eet ik tien kattenbrokjes op."
"Dat is goed en als ik win, eet ìk er tien op."
Eerst wint Dondertje, daarna Mormeltje. Ze knikkeren tot alle brokjes op zijn.
"Dat was leuk en lekker, ik heb wel honderd brokjes opgegeten." Dondertje wijst op haar buikje. "Zie je wel, het is helemaal dik en rond."
"Wat gaan we nu doen?" vraagt Mormeltje.
Dondertje pakt het sprookjesboek van de boekenplank. "Voorlezen", zegt ze. "Over Klein Duimpje."
Mormeltje leest voor: "Het is stil in huis, maar buiten hoort Klein Duimpje fluisteren." "Stil!"
Dondertje zet haar oortjes rechtop. "Ik hoor ook iets, bij het raam."
"Fluisteren?" "Nee, iets anders." "Dat is natuurlijk de wind. Zal ik weer doorlezen?"
"Nee, wacht, ik wil weten wat dat geluid is."
Dondertje loopt naar het raam. "Het tikt en het grrwwt", fluistert ze.
"Vast een boomtak die tegen ons huisje tikt. Kom nou."
Mormeltje wil graag weten hoe het verhaal verder gaat. Dondertje komt niet. "Het is geen boomtak, het is onder het raam."
Mormeltje luistert nu ook. "Tikt het nog?" vraagt Dondertje.
"Het tikt nog", zegt Mormeltje.
"Grrwwt het nog?"
"Het grrwwt nog, het lijkt op snurken."
"Misschien slaapt de boer daar."
"Natuurlijk niet, domme poes."
Dondertje springt op de vensterbank. Ze duwt haar poezenneus plat tegen de ruit.
"Zie je iets? Zeg het nou."
"Ik zie een pen, een pen in een bladerhoop."
Een pen in een bladerhoop? Wat kan dat zijn? Op hun teentjes sluipen ze om hun huisje heen. Ja hoor, uit de bladerhoop onder het raam steekt een pen. Een bruine pen.
"Daar nog een, en nog een", zegt Mormeltje zacht.
Wel twintig bruine pennen zien ze. Voorzichtig schuiven ze de bladeren uit elkaar. Dicht tegen hun huisje aan ligt een grote, bruine slapende egel.
Grrrww, snurkt de egel. Wat hebben de poezen een pret. Een egel die snurkt!
"Hij houdt zijn winterslaap", zegt Mormeltje. "Dat doen egels altijd. We moeten hem opzij rollen, anders blijft hij de hele winter met zijn naalden tegen ons huisje tikken." Dondertje begint meteen te duwen. "Au, die pennen prikken."
"Domoor."
Mormeltje graaft een kuiltje. "Zo, nu twee takken zoeken, dan rollen we de egel in de kuil en dekken hem weer met de bladeren toe."
Even later ligt de egel lekker warm in het kuiltje van Mormeltje, hij slaapt en snurkt gewoon door.
Wat een slaapkop!
Carry W. Zijlstra-van Dijk.

